Op onze website worden alleen functionele cookies gebruikt om de site optimaal te laten werken.
Diensten:
Cursussen - trainingen

Het proeven van bier

Het proeven van bier

Masterclass bierproeven

Lees in 6 stappen hoe je het beste bier proeft. Hoe bereid je je voor en waar moet je allemaal op letten. De Biergondiër organiseert ook een masterclass bierproeven voor bierliefhebbers en horecapersoneel.

Voorbereiding

De temperatuur waarop een bier wordt geserveerd, heeft een invloed op de smaak. Een te lage temperatuur zal de meer subtiele aroma’s en smaken verbergen. Vandaar dat een speciaalbier niet te koud mag worden gedronken. In tegenstelling tot bijvoorbeeld een pils.

Verder moet het glas waaruit geproefd wordt schoon zijn, zodat de schuimkraag zo lang mogelijk stabiel kan blijven. Bij voorkeur wordt een glas gebruikt dat onderaan bol is en een vernauwde hals heeft. Zo wordt het aroma van het bier langer vastgehouden en kan je het bier tijdens het proeven goed walsen om de aroma’s te laten vrijkomen.

Het proeven

Stap 1: De eerste geur

Ruik onmiddellijk aan het bier zodra je het hebt uitgeschonken. Sommige geuren zijn immers zeer vluchtig en verdwijnen bijzonder snel. Houd hierbij het glas stil.

Stap 2: Het uiterlijk

Vervolgens beoordeel je de kleur, de schuimkraag en de helderheid van het bier en ook de vorming van koolzuurgas of de pareling in het bier. Bier kan verschillende kleuren aannemen; van lichtgeel zoals in witbieren, blond, goud, amber, koper, kastanjebruin, zeer donkerbruin tot soms zelfs zwart. Of allerlei soorten roze en rood zoals bij fruitbieren.

Stap 3: De geur

Bier kan meer dan 650 geurcomponenten bevatten. De geur zegt veel over het bier. Zo beïnvloeden het type gist, de mout, de hop en de ouderdom de geur van het bier. Als er tijdens het brouwen iets verkeerd is gegaan, zal je dit ook ruiken.
Eerst ruik je aan het bier zonder het te walsen, zodat je de dominante geur kan ervaren. Die bestaat meestal uit combinaties van hop- mout- of graangeuren en eventueel andere sterke geuren. Ongewenste geuren die geassocieerd worden met een fout gelopen brouwproces of slechte bewaring kan je ook meteen ruiken. Voorbeelden hiervan zijn ranzigheid, oxidatie (kartongeur) en ongewilde zuurheid.
Vervolgens kan je het bier zachtjes walsen in het glas om de meer subtiele, secundaire aroma’s waar te nemen. Je zal hier eerder de fruitige en kruidige toetsen ruiken. Ten slotte kan een ‘nageur’ blijven hangen in de neus. Die doet eerder denken aan humus, bosgrond of noten.

Stap 4: De smaak

Nu neem je een slok bier in de mond, maar slik het bier nog niet meteen door! Van de vijf basissmaken zal je enkel de zoete, zure en bittere smaak ervaren in bier. Zolang je het bier in je mond houdt, proef je vooral de eerste twee smaken. Pas bij het doorslikken zal je de bitterheid het best waarnemen achter in de mond en in de keel. Daarom wordt bier tijdens het degusteren niet uitgespuwd, maar doorgeslikt.

De smaak van schuim en bier zijn verschillend.

Stap 5: Het mondgevoel

Als we het over het mondgevoel van bier hebben, dan spreken we over de vloeibaarheid, de zwaarte, de droogheid en de textuur van het bier in de mond, en ook van eventuele prikkelingen in de mond. Zo kan een bier ofwel dun of waterachtig zijn, ofwel eerder dik en olieachtig. Een bier kan licht aanvoelen, als je er gemakkelijk van kan doordrinken, of het kan zwaar vallen.

Verder kan bier ook een droog mondgevoel veroorzaken omwille van de bittere componenten of de aanwezige alcohol.
De prikkeling in bier kan op verschillende manieren ervaren worden. Het kan ‘plat’ aanvoelen, er kan een lichte prikkeling zijn of het bier kan ‘exploderen’ in de mond.

Stap 6: De nasmaak

Ten slotte kan bier ook een nasmaak hebben. Dit is een smaakimpressie die blijft hangen nadat het bier is doorgeslikt. Vaak vinden we hier hopbitterheid of moutige zoetheid terug. Op het gebied van de nasmaak zijn twee zaken belangrijk: het type nasmaak en de tijdspanne gedurende welke de nasmaak blijft hangen.

Voorbereiding

De temperatuur waarop een bier wordt geserveerd, heeft een invloed op de smaak. Een te lage temperatuur zal de meer subtiele aroma’s en smaken verbergen. Vandaar dat een speciaalbier niet te koud mag worden gedronken. In tegenstelling tot bijvoorbeeld een pils.

Verder moet het glas waaruit geproefd wordt schoon zijn, zodat de schuimkraag zo lang mogelijk stabiel kan blijven. Bij voorkeur wordt een glas gebruikt dat onderaan bol is en een vernauwde hals heeft. Zo wordt het aroma van het bier langer vastgehouden en kan je het bier tijdens het proeven goed walsen om de aroma’s te laten vrijkomen.

Het proeven

Stap 1: De eerste geur

Ruik onmiddellijk aan het bier zodra je het hebt uitgeschonken. Sommige geuren zijn immers zeer vluchtig en verdwijnen bijzonder snel. Houd hierbij het glas stil.

Stap 2: Het uiterlijk

Vervolgens beoordeel je de kleur, de schuimkraag en de helderheid van het bier en ook de vorming van koolzuurgas of de pareling in het bier. Bier kan verschillende kleuren aannemen; van lichtgeel zoals in witbieren, blond, goud, amber, koper, kastanjebruin, zeer donkerbruin tot soms zelfs zwart. Of allerlei soorten roze en rood zoals bij fruitbieren.

Stap 3: De geur

Bier kan meer dan 650 geurcomponenten bevatten. De geur zegt veel over het bier. Zo beïnvloeden het type gist, de mout, de hop en de ouderdom de geur van het bier. Als er tijdens het brouwen iets verkeerd is gegaan, zal je dit ook ruiken.
Eerst ruik je aan het bier zonder het te walsen, zodat je de dominante geur kan ervaren. Die bestaat meestal uit combinaties van hop- mout- of graangeuren en eventueel andere sterke geuren. Ongewenste geuren die geassocieerd worden met een fout gelopen brouwproces of slechte bewaring kan je ook meteen ruiken. Voorbeelden hiervan zijn ranzigheid, oxidatie (kartongeur) en ongewilde zuurheid.
Vervolgens kan je het bier zachtjes walsen in het glas om de meer subtiele, secundaire aroma’s waar te nemen. Je zal hier eerder de fruitige en kruidige toetsen ruiken. Ten slotte kan een ‘nageur’ blijven hangen in de neus. Die doet eerder denken aan humus, bosgrond of noten.

Stap 4: De smaak

Nu neem je een slok bier in de mond, maar slik het bier nog niet meteen door! Van de vijf basissmaken zal je enkel de zoete, zure en bittere smaak ervaren in bier. Zolang je het bier in je mond houdt, proef je vooral de eerste twee smaken. Pas bij het doorslikken zal je de bitterheid het best waarnemen achter in de mond en in de keel. Daarom wordt bier tijdens het degusteren niet uitgespuwd, maar doorgeslikt.

De smaak van schuim en bier zijn verschillend.

Stap 5: Het mondgevoel

Als we het over het mondgevoel van bier hebben, dan spreken we over de vloeibaarheid, de zwaarte, de droogheid en de textuur van het bier in de mond, en ook van eventuele prikkelingen in de mond. Zo kan een bier ofwel dun of waterachtig zijn, ofwel eerder dik en olieachtig. Een bier kan licht aanvoelen, als je er gemakkelijk van kan doordrinken, of het kan zwaar vallen.

Verder kan bier ook een droog mondgevoel veroorzaken omwille van de bittere componenten of de aanwezige alcohol.
De prikkeling in bier kan op verschillende manieren ervaren worden. Het kan ‘plat’ aanvoelen, er kan een lichte prikkeling zijn of het bier kan ‘exploderen’ in de mond.

Stap 6: De nasmaak

Ten slotte kan bier ook een nasmaak hebben. Dit is een smaakimpressie die blijft hangen nadat het bier is doorgeslikt. Vaak vinden we hier hopbitterheid of moutige zoetheid terug. Op het gebied van de nasmaak zijn twee zaken belangrijk: het type nasmaak en de tijdspanne gedurende welke de nasmaak blijft hangen.

Een kleine impressie

De wereld van proosten & proeven.

Op dit moment zijn er geen items om weer te geven.
Smaakt dit naar meer?

Van basis Biertrainingen tot Personeelstraining op maat